Het zit er op, inmiddels ben ik een week thuis in Nederland en sluit ik deze weblog (voorlopig) af. Eind januari kwam mijn opvolger Martijn binnen en mocht ik aan mijn terugreis gaan denken. In vier dagen heb ik hem zoveel mogelijk laten zien van het kamp, hem aan collega’s voorgesteld en hebben we samen aan artikelen gewerkt. Ook alle handige en soms noodzakelijke spulletjes (warme kleding, een patroonhoudertasje, schrijfmapjes) heb ik hem aan hem overgedragen. Alle tips en tools om het werken voor hem zo aangenaam mogelijk te maken, ik hoop dat dat gelukt is. Tot een kwartier voor vertrek was ik nog bezig met artikelen en te zorgen dat ik alles goed had overgedragen. Toen ik in de Chinookhelikopter zat was ik aan de ene kant opgelucht dat het er nu echt op zat aan de andere kant was het vreemd om de regie niet meer in handen te hebben.
Niet dat ik de regie daadwerkelijk in handen heb gehad, in de praktijk word je 4-6 maanden geleefd door het systeem waarin je belandt op het moment dat je het vliegtuigtrapje afstapt en op Kamp Holland bent gearriveerd. Je gaat mee in een ritme waarbij er van 7.00-21.00 uur wordt gewerkt (op de staf) en continue zaken gebeuren op of buiten het kamp waar jij verslag van moet doen of jij indirect iets mee van doen hebt. Het is lastig uit te leggen voor mensen die er niet zijn geweest hoe druk het is en wat het van je vergt. Dat je weinig slaapt, veel verplichtingen hebt met het aanleveren van artikelen, je de interne nieuwsbrief maakt en ingezet wordt voor allerlei hand en spandiensten omdat je naast journalist ook gewoon militair bent en je collega’s daarin moet ondersteunen.
Het gebrek aan privacy valt wel mee te leven, het gebrek aan vrijheid van werken, het geleefd worden door de gebeurtenissen van de dag, door je leidinggevenden, door de mensen in Nederland die artikelen van je willen, is iets wat veel energie van je vergt en waar je mee om moet kunnen gaan. Het feit dat ik niet zo heb kunnen en mogen werken als ik had gewild, is me tegengevallen. Ik had wat zelfstandiger willen werken, zelf onderwerpideeen willen uitwerken maar in de praktijk kwam het daar niet van. Dit speelt er nu, of dit is gewenst dus maak je daar artikelen over. Daar heb je dan je handen vol aan. In een volgende uitzending zou ik zaken anders aanpakken, vooraf duidelijke afspraken vooraf maken over mijn taken en het invullen daarvan, een andere manier van werken. Het feit dat er nu overwogen wordt om 2 redacteuren te sturen geeft ook wel wat aan.
Of er ook een volgende uitzending komt, weet je nooit. Over een jaar zou ik er in principe weer kunnen zitten maar er zijn ook wel wat collega’s die nog nooit geweest zijn. Nog een keer Afghanistan als redacteur onder dezelfde voorwaarden zoals boven beschreven hoeft van mij niet meer. Een ander land zou ik niet zo’n problemen mee hebben. De toekomst zal het uitwijzen.
Ik wil hierbij iedereen die mee heeft gelezen (beroepsmatig of niet haha) bedanken voor hun interesse. De mensen die me kaarten en pakketjes hebben gestuurd, hebben me echt geholpen de tijd door te komen. Ik heb elke keer post mogen ontvangen, ook daarvoor hartelijk dank. Mijn collega’s (jullie weten zelf wel wie), wens ik succes met hun vervolg van de uitzending, met hun verlof, of zie ik binnekort weer.
Het vervolg van de uitzending is te lezen op de weblog van Martijn, mijn opvolger. Zijn weblog is hier te vinden of via mijn links.
groet,
TLNT Martin