Als wij het niet doen, wie dan wel?

VliegerEr hangt een Duitse worst aan het plafond, staat een doos snoep op tafel en ik open zojuist nog een chocoladeletter. Wanneer ik dit schrijf is het 11 januari en zijn mijn laatste (kerst)pakketjes gisteren binnengekomen. Erg bedankt allemaal. Nu nog iets opsturen hierheen heeft niet zoveel zin meer, over een aantal weken zit het er namelijk op voor mij. De komst van de opvolgers is in zicht, dan volgt de overdracht en dan is het wachten om via Kreta naar huis te gaan.  

Na de kerstdagen en oud en nieuw met het bezoek van minister Van Middelkoop is het aftellen voor de staf TFU begonnen. Rotatiegedrag zoals dat heet, mag nu, al dwingt de commandant er op aan om vooral die laatste periode nog scherp te blijven en onze zaken zo goed mogelijk over te dragen. In mijn geval komt dat straks neer op het rondleiden van mijn opvolger Martijn, hem goede suggesties en ideeën voor artikelen overdragen en proberen in een gesprek met zijn chef wat (journalistieke) vrijheid voor hem te creëren.

Ondanks dat de werkwijze vast staat in orders en handleidingen doet elke nieuwe club dingen anders. Voor de redacteur misschien zo slecht nog niet. Die moet in mijn ogen meer bewegingsvrijheid hebben om op eigen initiatief leuke verhalen te schrijven. Goede verhalen die de boodschap uitdragen die defensie naar buiten wil brengen. Er zijn onderwerpen genoeg maar je moet er wel de tijd voor hebben, iets waar het mij helaas vaak aan ontbrak. Het maken van de interne nieuwsbrief, de journalistenbezoeken en standaardonderwerpen zoals bijvoorbeeld de feestdagen hebben ervoor gezorgd dat ik minder vaak de poort ben uitgeweest dan gehoopt. Met het weer van dit moment (sneeuw en regen) ook niet zo heel erg. 

Het door Mark gestuurde boek (waarvoor dank), Kriegsberichter, Nederlandse journalisten in dienst van de SS, zette me aan het denken. Toen ik las welke taken een Duitse Propaganda Kompagnie tijdens de Tweede Wereldoorlog  uitvoerde kwam dat toch voor een groot deel overeen met hoe ik denk dat wij hier te werk gaan. Ook wij beïnvloeden, naast eigen troepen, de bevolking met flyers, luidsprekerboodschappen en het uitdelen van kleding of verbruiksartikelen. Ons PsyOps Support Element (PSE) is de eenheid die psychologische operaties uitvoert zoals dat heet. Met de bevolking achter je, bereik je het meest, maar naast informeren zul je de inwoners ook van je bedoelingen moeten overtuigen met daden. Dat Nederlandse militairen gevochten hebben voor de bevolking en hen niet in de steek hebben gelaten, heeft voor een stuk respect gezorgd. Met name in Chora is dat goed te merken.

In deze regio waar een groot deel van de bevolking niet kan lezen of schrijven, geen elektriciteit heeft en nauwelijks rond kan komen, moet nog veel gebeuren en zal het lang duren. De eerste stappen zijn gezet. Ik heb meer dan 300 projecten gezien waaraan gewerkt wordt. De meeste in digitale vorm, maar ook een aantal in levende lijve. De projecten variëren van het verstrekken van een telefoon met telefoonkaart tot het bouwen van politieposten,scholen, bruggen, moskeeën, en zelfs een dam waarmee duizenden mensen via waterkracht van elektriciteit zijn voorzien. Ook dragen wij bij aan de opbouw van het land op het gebied van rechtspraak, scholing en gezondheidszorg. Er worden politieagenten en militairen opgeleid. Vooral het feit dat de bevolking in de gebieden van de missieteams van het PRT ons nu vertrouwt en zelf met ideeen komt om hun eigen toekomst op te bouwen is misschien wel het belangrijkste resultaat van opbouw. Niet meetbaar en bovenal niet makkelijk onder de aandacht te brengen.

Dit zijn zaken die veel militairen niet beseffen omdat ze alleen maar bezig zijn met mogelijk contact met Taliban. Ik heb meerdere zaken gezien en meegemaakt. Het ene moment zat ik in een gevechtshandeling tussen de militairen, het andere moment in gesprek met de Amerikaanse ambassadeur voor Afghanistan en de gouverneur van Uruzgan. De deur van commandant TFU stond altijd open en het PRT heeft mij zo goed als ze konden van informatie voorzien op het gebied van opbouwwerkzaamheden. Door de vele gesprekken met diverse mensen heb ik voor mijzelf een redelijk beeld kunnen scheppen van een complexe situatie. Al met al kom ik tot de conclusie dat we hier zeker niet voor niets zijn in tegendeel, maar je kunt je altijd afvragen waarom Nederland nu zonodig hierheen moest. Kennelijk moest iemand het doen en stonden wij vooraan.

Explore posts in the same categories: Januari 2008

Tags: , , , , ,

You can comment below, or link to this permanent URL from your own site.

Comment: